|

|
|
|
7.2 De trilaminaire kiemschijf (3de week)
|
|
|
| Fig. 3 - De primitieve streep dorsaal bekeken |
|
Legenda |

1
2
3
4
5
6
7
8
9
NB |
Primitieve gleuf
Primitieve holte
Primitieve knoop
Orofaryngeaal membraan
Cardiale plaat
Sectionele rand van het amnionmembraan
Mesoderm
Endoderm
Toekomstig cloacaal membraan
1+2+3 primitieve streep |
|
|
|
Fig. 3
Ovaalvormige embryonale schijf (dorsaal zicht).
De rode pijlen geven een schematische weergave van de migratierichtingen van de epiblastcellen naar hun definitieve bestemming.
|
Het epiblast is een voorloper van drie cellagen in het trilaminaire embryo:
- Ectoblast/-derm
- Mesoblast/-derm
- Definitief endoblast/-derm
|
|
|
|
|
|
Meer info
|
|
De cellulaire adhesiemoleculen (of CAM):
Beginnende bij de gastrulatie scheiden de epiblastcellen hyaluronzuur af, dat wordt afgezet in de intercellulaire ruimten tussen het epiblast en het hypoblast. Deze molecule kan een grote hoeveelheid water aan zich binden (tot 1000 maal zijn eigen gewicht), gaat vaak samen met celmigratie en speelt een anti-aggregatierol voor de mesoblastcellen. De aanwezigheid van hyaluronzuur is echter niet voldoende om de migratie te verklaren van de epiblastcellen in de richting weg van de primitieve streep.Bij embryo’s van gewervelde dieren wordt verondersteld dat de migratie ook afhangt van de aanwezigheid van fibronectines, een groep moleculen die tot de integrines behoren en die zich op de basale laag onder het epiblast bevinden. (10)
De integrines:
De integrines behoren tot de 4 families van de celadhesiemoleculen (CAM): integrine, cadherine, selectine en de grote familie van de immunoglobulinen. Ze zijn verantwoordelijk voor de herkenning en binding van twee cellen met elkaar of een cel met componenten van de extracellulaire matrix. Het type verbinding kan homofiel (twee identieke moleculen) of heterofiel (twee verschillende moleculen die aan elkaar zijn gebonden) zijn. Als transmembrane glycoproteïnen verzekeren integrines de cohesie (aggregatie) en beïnvloeden de migratie van cellen. Ze zijn ook verantwoordelijk voor de organisatie van de cellen in het weefsel en het weefsel in de organen. De integrines regelen de contacten met de collageenvezels in het basale membraan en de extracellulaire matrix. Laminine is een ligand van het basale membraan. Anderzijds is fibronectine een ligand van de intracellulaire substantie van bv. mesoblast en speelt een rol in de celmigratie.
|
|
|
|
|
|
|